VAKDEFICIENTIES
Een eerstegraads lerarenopleiding aardrijkdskunde aan een universiteit kan gevolgd worden door wie een doctoraal of master sociale of fysische geografie gevolgd heeft. Daarbij moeten sociaal geografen minstens 20 ECTS fysische geografie gevolgd hebben en fysisch geografen minstens 20 ECTS sociale geografie.
Wie een andere studierichting heeft gevolgd (geologie, hydrologie, milieukunde, planologie, culturele antropolgie, etc). dient zijn of haar cijferlijst met gevolgde vakken en bijbehorende cijfers en studiepunten aan de vakdidacticus van een universiteit te overleggen. Vervolgens kan bezien worden welke deficienties weggewerkt dienen te worden. Landelijk overleg tussen de universiatire vakdidactici is bedoeld om de beoordeling landelijk zo veel mogelijk uniform te laten verlopen.
Tweedegraders die door willen stromen naar een eerstegraads opleiding krijgen ongeveer 50% vrijstelling van de eerstegraads lerarenleiding, maar moeten wel vakinhoudelijk deficienties wegwerken totdat men op masterniveau is. Hoeveel dat precies is, hangt af van de reeds gevolgde vakken.
In Groningen biedt de eenjarige master culturele geografie een goede mogelijkheid om voor te sorteren voor de eerstegraads lerarenopleiding. In Utrecht geldt dat voor de eenjarige master Geo-communicatie. Aan de Vrije Universiteit in Amsterdam is een tweejarige educatieve master aardwetenschappen inclusief eerstegraads lerarenopleiding aardrijkskunde.
|