LEERLIJNEN EN KENNISBASES
In het kader van het landelijk expertisecentrum Mens- en Maatschappijvakken is in 2007 en 2008 een inventariserende studie gedaan naar leerlijnen en kennisbases in het aardrijkskundeonderwijs.
Inleiding
Het ontwikkelen van geografisch besef is een langdurig proces, waaraan het formele aardrijkskundeonderwijs een belangrijke bijdrage kan leveren. Idealiter begint een kind ergens in het basisonderwijs en eindigt het formele aardrijkskundeonderwijs met het slagen voor een eindexamen. In die jaren daartussen moet het dan gebeuren, het ontwikkelen van geografisch besef. Maar hoe succesvol is dat formele aardrijkskundeonderwijs nu eigenlijk in het laten slagen van deze missie? Aardrijkskundespecialisten weten aardig duidelijk te omschrijven wat geografisch besef is en in de eindexamenprogramma’s staat redelijk helder beschreven wat leerlingen aan het eind van een schoolperiode moeten weten en kunnen. Langs welke lijn ze daar zouden moeten kunnen komen, dat is al een stuk minder duidelijk. In hoeverre worden er door het feit dat het onderwijs is opgedeeld - basisonderwijs, basisvorming en bovenbouw voortgezet onderwijs - kansen gemist voor het realiseren van een leerlijn? Welke aanknopingspunten bieden kerndoelen en examenprogramma’s in dit kader? Welke lessen kunnen we leren van ervaringen in het buitenland? Hoe worden leerkrachten en docenten op de lerarenopleidingen voorbereid op hun verantwoordelijkheid voor het bijdragen aan een dergelijke leerlijn? Over deze zaken gaat deze notitie, die in 2008 is geschreven als onderzoeksnotitie in het kader van het expertisecentrum Mens- en Maatschappijvakken.
In deze notitie wordt beschreven welke kansen en beperkingen er binnen het formele Nederlandse aardrijkskundeonderwijs zijn om kinderen geografisch besef bij te brengen. In paragraaf 2 wordt verduidelijkt wat er onder geografisch besef wordt verstaan. Vervolgens wordt in paragraaf 3 het formele aardrijkskundeonderwijssysteem beschreven. In paragraaf 4 wordt het geschreven curriculum geanalyseerd, zoals dat is neergelegd in de kerndoelen voor basisonderwijs, basisvorming en in het eindexamenprogramma voor vmbo, havo en vwo. Daarbij ligt de focus op de inhoudelijke samenhang tussen deze documenten en daarmee op de vraag, in hoeverre deze documenten kansen bieden voor het realiseren van een doorlopende aardrijkskundeleerlijn. De bevindingen worden in paragraaf 5 tegen het licht gehouden van ontwikkelingen binnen onderwijssystemen in een aantal van de ons omringende landen. In paragraaf 6 wordt kort gekeken naar de rol van leermiddelenontwerpers en docenten bij het verzorgen van een aardrijkskundeleerlijn. Omdat de kennisbasis van docenten en leerkrachten mede bepaald wordt door wat er in de lerarenopleidingen gebeurt, wordt in paragraaf 7 geanalyseerd welke kennis en vaardigheden op pabo’s, tweede- en eerstegraads lerarenopleidingen essentieel wordt geacht voor (beginnende) docenten en leerkrachten in het aardrijkskundeonderwijs. Nadat in paragraaf 8 beschreven is wat er bekend is over het geografisch besef van Nederlandse scholieren, staan in de laatste paragraaf een aantal conclusies en aanbevelingen.
Download het volledige artikel in pdf formaat
|